Geschiedenis - Een historisch kader

De buurt

Onder impuls van de Bouwmaatschappij van het Oosten, opgericht door de families Cogels en Osy werd in 1894 een aanvang gemaakt met de bebouwing van de Cogels-Osybuurt.

Op het einde van de jaren zestig kwam deze unieke Antwerpse buurt, vol met bizarre gebouwen van omstreeks de eeuwwisseling, onder zware druk te staan omdat men er een nieuwtijdse modelwijk wou neerplanten.

Renaat Braem, leerling van Le Corbusier, dient begin 1969 een voorstel in bij de Commissie voor Monumenten en Landschappen om de wijk in haar geheel te beschermen.

Er zijn niet zoveel plaatsen aan te wijzen waar de architectuur uit de belle epoque haar beeldorgie zo onbeschaamd uitstalt, zo van haar eigen decor geniet.

Zuiverheid van stijl is een begrip dat hier onbekend is. Alles is bruikbaar. In de veelvormigheid wordt geen hiërarchie van waarden geduld. Het gaat om een verzameling van individuele manifestaties, maar zonder dat deze zich als individu mogen afzonderen, als ware het een architectuurmuseum waarin alle stijlvarianten bij elkaar zijn gebracht.

De eenheid van de wijk ontstaat uit de oorspronkelijkheid en kleurigheid van haar samenstellende delen. Uit de gelijkwaardigheid van het individu ontstaat de coherentie van een groep, niet uit een hiërarchische structuur.

Wat waar is voor het geheel van de wijk en de straat, is ook waar voor ieder gebouw afzonderlijk. De gebouwen zijn niet alleen verschillend van elkaar, ze pogen ook elk voor zich een eigen wereld uit te bouwen, een eigen verhaal te vertellen, onafhankelijk van de omgeving waartoe ze behoren.

De vrouw

We vinden ook hét thema van de belle epoque terug : de vrouw.

Zij is er aanwezig met de grote wijdstaande ogen en het golvend haar als de personificatie van de jaargetijden en van de natuur in het algemeen. De allegorie van het vrouwelijke is in de Cogels-Osybuurt niet alleen in de vrouwenfiguren, maar ook in een goed deel van de ornamentiek herkenbaar.

De gezusters Goetstouwers, Edwige Van Den Broecke en Beatrice Cogels, stichtsters van Wingerbloei in 1953, konden zich geen sprekender kader hebben gekozen voor de inplanting van een meisjestehuis.